André Mosis is een Marron. De Marrons komen van oorsprong uit Afrika en zijn als slaven naar Suriname gebracht waar ze in de binnenlanden op de plantages moesten werken. André is een veelzijdig mens. Hij schildert, bespeelt de anti, geeft les op de apinti op scholen aan jongeren en bewaart en bewaakt het cultureel erfgoed van zijn stam. In het gesprek met André praten we over opvattingen over Leven en Dood bij de Marrons en over rouwrituelen. André vertelt hoe het omgaan met rouw en verlies in de Nederlandse samenleving botst met eigen rouwrituelen. Het goed uitvoeren van rouwrituelen is voor de Marrons een voorwaarde om het verlies te kunnen verwerken.

Ik ben André Mosis…  Ik ben een Marron

‘Een Marron is een nakomeling van een Afrikaan die in slavernij gestreden heeft en zichzelf heeft bevrijd. Zo iemand wordt in de geschiedenis van de slavenhandel in Suriname een Marron genoemd.

Binnen de Surinaamse gemeenschap in Nederland nemen de Marrons[1]een eigen plaats in. De vijf Surinaamse Marrongemeenschappen in Nederland zijn in volgorde van grootte: de Ndyuka of Okanisi, De Saamaka, de Pamaka, de Matawai en de Kwiinti. Hun aantal in Nederland wordt geschat op ongeveer dertigduizend.’

Marrons hebben gemeenschappen gesticht in de binnenlanden van Suriname en die gemeenschappen zijn zo strijdvaardig geworden dat de koloniale overheid met hen vrede moest sluiten om de plantage economisch levensvatbaar te houden. De groep met wie de vrede is getekend heet de Okanisi – mensen van achter de plantage Oka. Ik behoor tot die groep. Ik ben geboren in de vrije Marrongemeenschappen. Daarna ben ik met mijn ouders verhuisd naar Paramaribo en heb daar westers onderwijs genoten. In Paramaribo hebben Marrons te kampen gehad met problemen bij het uitvoeren van rouwrituelen, het begraven van de doden en het doorlopen van het rouwproces. In Suriname werd namelijk tot de zeventiger jaren bij wet van de Marrons voorgeschreven dat wanneer iemand uit de Marrongemeenschap overlijdt de eigen gemeenschap moet zorgen dat het lijk wordt meegenomen naar de traditionele binnenlandse gemeenschappen. Ik heb meegemaakt hoe mijn vader overledenen van zijn stam naar hun stamgebied moest vervoeren.

Sterven, uitvaart en rouw bij de Marrons

Sterven, uitvaart en rouw gaan niet alleen de familie aan maar de gehele gemeenschap. Bij de Marrons is rouwverwerking niet mogelijk zonder het uitvoeren van een aantal noodzakelijke rituelen. Deze zijn essentieël. Als een van ons ziek is ligt hij niet in het ziekenhuis. Hij is dan afhankelijk van de gemeenschap. De Marrons mogen de stervenden nooit alleen laten sterven. Een familielid moet de stervende zittend vasthouden. Iemand mag niet liggend in bed overlijden.

Aanpassingen van rouwrituelen in Nederland

De trek uit de oorspronkelijke woongebieden naar de grote steden en naar Nederland bracht noodgedwongen mee dat de Marrons bepaalde gebruiken, waaronder die rondom de dood moesten aanpassen of inpassen in hun nieuwe leefsituatie. Belangrijke elementen in de stervensbegeleiding gaan hier in Nederland verloren. We krijgen bericht van het overlijden en pas dan kan de gemeenschap de verdere noodzakelijke handelingen in gang zetten.

Een eerste vereiste als familielid is dat je aan de gemeenschap met ‘trots’ kunt vertellen hoe je de stervende hebt geholpen. Je moet kunnen aantonen dat de stervende in de armen van een familielid is overleden. Dit gebeurt zelden of nooit in Nederland. Tegenwoordig zijn de leden van onze gemeenschap betrokken bij de bewassing. Vrouwen bewassen bij ons de vrouwen en mannen bewassen de mannen. Vanuit de reguliere hulpverlening is er weinig kennis over rituelen rond sterven en rouwen bij de Marrons.

Vaak moeten Marrons zich conformeren aan de reguliere benadering in Nederland.

Een duidelijk voorbeeld: bij ons duren rouw- en afzonderingsrituelen voor de weduwe/weduwnaar en/of nabestaanden zes maanden. In die zes maanden wordt de rouwende afgesloten voor de leuke dingen van de gemeenschap. Je mag naar je werk, maar je gaat niet feesten, je draagt bepaalde kleding niet, je draagt geen sieraden en je doet niet mee aan bepaalde maatschappelijke activiteiten. In het verleden werden de rouwenden binnen de traditionele gemeenschappen gehouden, of je nu een baan had of niet. De mens is belangrijker dan de baan binnen onze cultuur. Pas wanneer je klaar bent met de rouwperiode, de familie heeft besloten dat deze periode goed is afgesloten – ook geestelijk, dan pas wordt je weer vrijgegeven aan de gemeenschap.

Hier in Nederland is dit niet mogelijk en dat is voor ons een groot probleem. Daarnaast kennen we binnen onze familiestructuren het begrip neven en nichten niet.

 

Alle kinderen die beschikken over dezelfde grootmoeder zijn broers en zussen van elkaar. Dus als een neef van mij dood gaat rouw ik net zoals bij mijn biologische broer en dat geldt voor iedereen in de Marrongemeenschap.

Als ik mij dan zou willen bemoeien met alles rond zijn dood omdat ik de familieoudste ben en de werkgever krijgt te horen dat het om een neef of nicht gaat dan moet ik dat niet zo zwaar nemen. Het betreft tenslotte geen eerstegraads familielid. Terwijl ik ten overstaan van de familie een verplichting heb; met alle gevolge van dien.

Hulp bij ziekte in de Marron- gemeenschap

Binnen de Marrongemeenschap wordt als iemand een ziekte heeft eerst zeer intensief gepraat en doorgevraagd totdat de kern van het probleem wordt geraakt. We gaan op zoek naar de oorzaak. Wij kennen geen systeem van injecteren. Wij beschikken over mensen die gespecialiseerd zijn in het onderzoeken en verkennen van hulpvragen gerelateerd aan, wat wij noemen, bovennatuurlijke en geestelijke aard. Daarnaast kennen we mensen die gespecialiseerd zijn in natuurgeneeswijzen en een andere groep mensen, de Wentiman, gaat op zoek naar de oorzaak van de ziekte. Zij geloven niet dat een ziekte alleen maar een lichamelijke oorzaak heeft, maar zoeken naar een verzoening tussen lichaam en geest. Wentiman zijn hiervoor ingewijd en gespecialiseerd.

Wíj hebben de tijd, maar in Nederland is het tijdstip afgebakend, resultaat-gericht, er is geen ruimte voor het proces.

Westerse waarden en normen bij rouwverwerking

Vanuit de reguliere hulpverlening hanteert men foldermateriaal met informatie over wat zij kunnen aanbieden aan hulp en begeleiding bij rouw. Het wordt gepresenteerd als ‘take it or leave it’. Het menselijk aspect ontbreekt, de aansluiting bij de cliënt. Men handelt uitsluitend vanuit een beroepsmatige houding: veel theorie, veel regelgeving. Je moet aan allerlei voorwaarden voldoen, wil je iemand professioneel kunnen begeleiden bij rouw en verlies. Bovendien staat er een beperkte periode voor rouwen. Je moet de draad zo snel mogelijk weer oppakken en diegene die dood is, is dood! En dat is waar, maar ziekte en dood hebben zoveel meer te betekenen voor een traditionele groep mensen, dan voor de meeste mensen in het westen. Om onze tradities te behouden en over te dragen hebben we hier in Nederland daarom een traditioneel bestuur ingesteld.

Het instellen van een traditioneel bestuur

Wij merken dat er steeds meer Marrons zijn die niet meer zo traditioneel zijn als ik. Wij hebben daarom in Nederland een traditioneel bestuur in het leven geroepen waar ik deel van uitmaak. In Suriname bestaat een traditioneel bestuur uit: een dorpshoofd en een achttal assistenten. Het traditioneel bestuur in Nederland beschikt over een hoofd die geassisteerd wordt door vier basiya (=assistent leider). Ik ben een basiya. We hebben Nederland in vier regio’s verdeeld waar de Marrons wonen. Wanneer iemand in Zuid Holland overlijdt word ik gebeld en moet ik zorgen dat ik zo snel mogelijk ter plekke ben. Als de mensen nog traditioneel zijn en ze willen weten wat ze moeten doen vanaf de definitieve doodsvaststelling, dan moet ik zorg dragen voor een goed verloop van de lijkbewassing en de traditionele rouwrituelen. In 2000 werd ons bestuur door ons opperhoofd officieel erkend als een deel van het totale bestuur.

Huidige ontwikkelingen

We worden door het leven in Nederland gedwongen af te zien van een voor ons essentiële periode in de rouwverwerking en dit is zeer pijnlijk. Daarom kiezen steeds meer Marrons iemand buiten hun gemeenschap om mee te trouwen. De jonge generatie zoekt een partner uit een andere cultuur of gemeenschap met een andere religie vanwege hun carrière. De jonge generatie kiest voor deze oplossing om niet uitgesloten te worden. Ze verloochenen noodgewonden een stuk van hun cultuur. Zo is dat en dat is de schrijnende toekomst van de Marrons. We leven hier in een carrière-maatschappij. Wil je meedoen dan moet je het stuk van jezelf wat niet past binnen de westerse structuur begraven en gewoon meedoen. Want het arbeidsproces moet doorgaan. Dus al die mooie kreten: integreren met behoud van, tolerantie, open staan voor anders denkenden, respect, ga zo maar door, het zijn allemaal kreten. Politieke uitspraken, lege woorden. Toets dit alles nou eens in de praktijk.

Ga op zoek naar de pijn. De bijna onmachtige positie van een familie die een lijk moet begraven en geen geld heeft om dit in Suriname te laten plaatsvinden volgens onze traditie laat mensen achter met problemen in hun hart, voor altijd.

In de hulpverlening zoals ik die van dichtbij meemaak is nog geen sprake van gelijke rechten. Er is wel sprake van witte spelregels en voorwaarden.

Dit verslag is een bewerking van een interview door Carucha met André Mosis en is bewerkt door Ineke Wienese voor de rubriek: ‘In gesprek met…’

[1]www.rainforest-pakosie-healthcare.com/