Hoe school kan helpen bij rouw en verlies van vluchtelingenjongeren

Wat scholen kunnen doen om te helpen bij rouw en verlies van vluchtelingenjongeren:

  • Een vertrouwensrelatie opbouwen met jongeren, hun ouders en verzorgers. Kennis en informatie over achtergronden van het kind en over de cultuur kan hierbij van belang zijn, maar is in feite niet het belangrijkste. Menselijkheid, warmte en betrokkenheid tonen door af en toe te vragen hoe het gaat, kan al wonderen doen. 
  • Verlies is ook een rouwen om het achterlaten van een land, van een verleden. Kinderen en jongeren geven aan dat als niemand daar ooit vragen over stelt, ze zich niemand voelen. Docenten kunnen leerlingen iets laten vertellen over hun land, stad of dorp, geloof en over gewoonten bij geboorte, verjaardagen en herdenkingen. Docenten kunnen hier in themabijeenkomsten aandacht aan besteden en gebruik maken van verschillende expressiemiddelen (tekenen, gedichten, muziek uit het land van herkomst en dergelijke). Bij het verwerken van verlies is herstel van continuïteit van verleden-heden-toekomst van belang.  
  • Het is belangrijk dat docenten in staat zijn structuur en veiligheid in hun klas te creëren en in staat zijn de positieve kanten van jongeren te stimuleren en te waarderen. Jongeren met verlieservaringen zijn over het algemeen onzeker en hebben hun zelfvertrouwen verloren. Een gezellige sfeer in de klas kan een belangrijk tegenwicht vormen voor een vaak deprimerende thuissituatie. 
  • Situaties in de actualiteit die betrekking hebben op vluchtelingen kunnen door docenten worden aangegrepen om verlieservaringen bespreekbaar te maken. Een docent kan zelf een voorbeeldfunctie vervullen in het uitspreken van zijn gevoelens en gedachten. Ook kunnen leerlingen bij bijvoorbeeld een onverwacht gedwongen afscheid van een mede-leerling, aangemoedigd worden om brieven te schrijven naar hun klasgenoot, waardoor ze in de gelegenheid worden gesteld hun gedachten en gevoelens te verwoorden. Dit soort activiteiten is van belang om greep te krijgen op de situatie, minder machteloos te zijn. Iets doen is beter dan niets doen. 
  • Klassikaal of individueel kunnen talrijke situaties aangegrepen worden om reacties op verlies te bespreken, te vertellen dat deze reacties normaal zijn en in de loop van de tijd zullen verminderen. Via verhalen, dromen of metaforen kan ook op indirecte manier duidelijk worden gemaakt hoe andere kinderen en jongeren met hun verdriet of klachten omgaan en wat hen hielp. Samen met kinderen kun je zinnetjes bedenken, waardoor ze zich sterk voelen. Je kunt hen ook vragen of ze een voorwerp willen meenemen dat ze vast kunnen houden en dat hen kracht geeft. Je kunt vragen of ze een nare droom die ze hebben gehad, willen opschrijven en een ander einde willen bedenken en samen kan je rituelen bedenken en uitvoeren over het thema afscheid.  
  • Scholen zouden meer aandacht moeten besteden aan interculturele vaardigheden. De meeste kinderen en jongeren hebben niet geleerd te praten over hun gevoelens en gedachten en hebben niet geleerd vragen te stellen aan ouderen, voor zichzelf op te komen of grenzen te stellen. Wanneer men vaardigheden leert, dient men aan te sluiten bij de achtergronden van de leerlingen en ook aandacht te besteden aan communicatiepatronen binnen hun sociale- en culturele context, waardoor kinderen en jongeren leren differentiëren in welke situatie, de Nederlandse situatie of de eigen culturele situatie, ze welke vaardigheden het beste kunnen gebruiken. Er is dan een keuze mogelijk.
  • Afstand houden en zorg en aandacht in evenwicht houden is belangrijk. Ruimte geven aan het kind, maar er ook niet te dicht boven op zitten, soms een duwtje geven en vragen: ‘wat heb je nodig, wat wil je?'. 
  • Naast individuele belangstelling voor en ondersteuning van ouders door docenten zouden door scholen in samenwerking met hulpverleningsinstellingen, themabijeenkomsten kunnen worden georganiseerd over ondersteuningsmogelijkheden voor ouders en hun kinderen (bijvoorbeeld gezinshulp, opvoedingsprojecten, maatjesprojecten). Ouders hebben ook behoefte aan informatie over school en over de ontwikkelingen van hun kind. Het belang van ontspanning voor kinderen en jongeren en structuur moet worden duidelijk gemaakt. Ook hier kunnen metaforen verhelderend werken. Als je een fietsband te hard oppompt, raakt hij lek, een kar die te zwaar beladen is, komt nauwelijks vooruit, en dergelijke. Ook zouden in een tweede fase bijeenkomsten kunnen worden georganiseerd over psycho-somatische klachten bij kinderen en jongeren (slapeloosheid, bedplassen, maagpijn, hoofdpijn) en kan informatie worden geboden over hulpverleningsinstellingen. Voor deze bijeenkomsten zouden naast hulpverleners ook artsen kunnen worden ingeschakeld. 
Willen scholen en docenten bovengenoemde aanbevelingen kunnen realiseren, dan moeten daar ook de faciliteiten voor zijn en zal er ook voor docenten ruimte gecreërd moeten worden om hun eigen reacties op verlieservaringen te bespreken, zodat er weer wat afstand kan worden genomen in het werken met vluchtelingenjongeren.

 Ineke Wienese

Vraag en antwoord

Stel je vraag aan de redactie en ontvang snel antwoord.

Volg ons ook op:

Jouw Troost voor Tranen profiel

Login met je e-mailadres en wachtwoord.
E-mailadres
Wachtwoord
Wachtwoord vergeten? Klik hier!

Nog geen account? Klik hier!

Sluiten